Familie van verslaafde vaak in isolement
woensdag 15 februari 2012 | Updated woensdag 15 februari 2012

Naasten vormen verborgen groep slachtoffers bij verslavingsgevallen. Het Trimbosinstituut wil hen uit de taboesfeer halen.
 
Het Trimbos Instituut breekt een lans voor het enorme aantal partners, familieleden en vrienden van mensen die aan alcohol- of drugsverslaafd zijn. Deze groep is erg verborgen en zelfs geïsoleerd in onze samenleving en vraagt uit schaamte nauwelijks om hulp aan hun omgeving of hulpverleners, zo stelt het kennisinstituut.
 
Dat bleek gisteren ook tijdens een chat die het instituut voor deze groep met ervaringsdeskundigen en professionals had georganiseerd. „Gezinsleden en partners hebben enorme behoefte ervaringen te delen, maar verzwijgen het probleem om de verslaafde persoon niet nog meer in de problemen te brengen. Het zou goed zijn als verslaving bespreekbaarder wordt. Het is nog steeds een taboe, maar zoveel mensen krijgen ermee te maken”, aldus Nathalie Dekker, sociaal wetenschapper bij het Trimbos.
 
Ondersteuning
In 2011 kreeg de Drugs Infolijn 4350 telefoontjes, e-mails en chats, waarvan bijna een kwart afkomstig was van familie, partners, vrienden of bekenden. Een jaar eerder waren dat 4189 telefoontjes, e-mails en chats, waarvan ruim een kwart van familieleden en vrienden. Die zijn vaak wanhopig.
 
Dat ervoer Carolien (48). De Amsterdamse zag de alcoholverslaving bij haar partner erin sluipen toen ze op haar 38e een relatie met hem kreeg. „Het drama werd steeds groter, en ik werd steeds machtelozer. Je houdt vreselijk veel van iemand en je wilt helpen, maar zijn leven ging kapot. De omgeving werd moe van mijn verhalen over hem en zei: ’Je kunt toch weg?’ Maar dan had hij niemand meer. Je wordt op een goed moment zelf onderdeel van het probleem en het isolement.”
 
Caroliens partner, met wie zij het boek Kopstoot schreef, is inmiddels vier jaar van de drank af. Voor kinderen is een verslaving in het gezin zo mogelijk nog ingrijpender.
 
Schaamte
Kimberly (17) uit Haarlem schaamde zich vaak voor haar vader. Sinds haar geboorte is hij alcohol- en drugsverslaafd. „Mijn vader was dagelijks dronken en maakte veel ruzie. Als mensen het niet zelf meemaken, heb ik niet het gevoel dat ze me echt begrijpen. Ik heb heel veel moeite om met mensen om te gaan die een perfecte jeugd gehad hebben.”
 
Omdat Kimberly tijdens haar jeugd moest zwijgen, kon ze moeilijk praten en verwerkte ze haar gevoelens in een eigen gedichtenbundel: ‘Als je eens wist’.

BRON: 14/02/2012 Spitsnieuws.nl